Het korte antwoord
Niet als je nuchter moet zijn. Sanquin vraagt voor nuchter bloedprikken om de ochtend van de afname niet te roken, het Catharina Ziekenhuis rekent roken tot wat je als nuchtere patiënt laat staan, en het RHMDC vraagt acht uur lang niet te roken. Bij elk ander bloedonderzoek is de sigaret tot na de prik bewaren de makkelijkste keuze, omdat zowel een recente sigaret als regelmatig roken verandert hoe je lichaam reageert. Meer over nuchter bloedprikken lees je in de pijlerpagina.
Het grotere punt is wat jaren roken al met je uitgangswaarden deed. In Nederland rookt 17,8 % van de volwassenen, 12,1 % dagelijks. Voor al die mensen liggen een paar regels op de uitslag structureel anders, en dat is goed om te weten voordat je je eigen uitslag leest.
Mag je roken als je nuchter moet zijn?
Nee. Voor een nuchtere afname horen eten, drinken behalve water, en roken bij elkaar: het Maastricht UMC+, het Catharina Ziekenhuis en het RHMDC noemen ze in één adem. Voor gewoon bloedonderzoek zonder nuchter zijn bestaat er geen officiële grens, en daarom volg je de instructie van je eigen lab.
De reden voor voorzichtigheid is niet dat één sigaret een bloedbeeld ruïneert. Laboratoriumspecialisten rekenen zowel kortdurend als langdurig roken tot de factoren die de toestand van je lichaam rond een maaltijd veranderen, en een nuchter buisje hoort je rustwaarde te laten zien, niet je laatste sigaret.
- Nuchtere afnameNiet roken of vapen tijdens het hele nuchter zijn, en zeker niet die ochtend.
- Niet nuchterVraag het je lab; noemt niemand een tijd, wacht dan tot na de prik.
En vapen?
De meeste instructies noemen roken en zeggen weinig over vapen. De voorzichtige lezing is een e-sigaret tijdens het nuchter zijn hetzelfde te behandelen, omdat nicotine is wat hij met een sigaret deelt, en je lab te vragen als het om een bijzonder onderzoek gaat. In Nederland vapet 2,4 % van de volwassenen, bij 18- tot 29-jarigen 5,7 %.
Vape je regelmatig, noem dat dan naast eventueel roken, om dezelfde reden: het is context voor wie de uitslag leest.
Wat regelmatig roken met je bloedbeeld doet
Dit verrast mensen als ze hun eigen uitslag lezen. Wie gezonde rokers met niet-rokers vergelijkt, vindt bij rokers meetbaar hogere leukocyten, een hoger hemoglobine en hematocriet en een groter gemiddeld volume van de rode bloedcellen.
Het effect groeit met hoeveel iemand rookt. Ingedeeld naar hoeveel ze rookten, hadden zware rokers meer rode en witte bloedcellen, vooral meer neutrofielen, en een ongunstiger cholesterolbeeld: hoger totaalcholesterol, hogere triglyceriden en LDL, en lager HDL.
Aan het uiterste eind volgde een Amerikaanse hematologiepoli 40 volwassenen bij wie een blijvend hoog aantal leukocyten aan roken werd toegeschreven, nadat andere oorzaken waren uitgesloten. Bijna allemaal hadden ze verhoogde neutrofielen.
Een roker kan dus aankomen met te hoog gemarkeerde leukocyten zonder ergens een infectie te hebben. De markering klopt; het alarm misschien niet. Je huisarts leest die regel in de wetenschap dat je rookt, of hoort dat te doen.
Verandert roken je HbA1c?
Een beetje, ja. In een gepoolde analyse van ongeveer 35.000 volwassenen zonder bekende diabetes hadden rokers een HbA1c dat 0,10 procentpunt hoger lag dan bij mensen die nooit rookten, terwijl hun nuchtere glucose niet verschilde en hun glucose twee uur na een suikerdrankje lager was.
Voor één persoon is het verschil klein, maar het ligt dicht bij de grenzen voor een diagnose. De onderzoekers wijzen erop dat het de kans verandert dat een roker diabetes krijgt vastgesteld, afhankelijk van welke test gebruikt wordt. Ligt je HbA1c op het randje en rook je, bespreek dat dan met je huisarts.
Ziet een arts aan je bloed dat je rookt?
Niet rechtstreeks. Geen enkele regel van een gewoon bloedbeeld of algemeen bloedonderzoek meet nicotine; dat gebeurt alleen als daar apart om gevraagd wordt.
Maar roken laat sporen na op de regels die wel gemeten worden: meer leukocyten, een hoger hemoglobine, een cholesterolbeeld dat de verkeerde kant op schuift. Daarom helpt het om te zeggen dat je rookt, en ongeveer hoeveel. Het is geen bekentenis; het is context die verandert hoe een regel gelezen wordt.
Hetzelfde geldt als je zelf een uitslag leest. Referentiewaarden worden gemaakt met gezonde vrijwilligers, en ook dan valt ongeveer 1 op de 20 gezonde mensen erbuiten. Een markering bij de leukocyten van een roker is een vergelijking met mensen die meestal niet deden wat jij doet.
Na het stoppen: hoe snel de waarden bewegen
Een aantal van deze waarden komt in weken tot maanden terug, niet in dagen. In de poli-serie hierboven daalde het aantal leukocyten nadat mensen minderden of stopten, met een mediaan van 8 weken voordat de daling zichtbaar werd, en ergens tussen 2 en 49 weken.
In een Amerikaans onderzoek dat rokers tijdens een stoppoging volgde, hadden wie een jaar later nog steeds niet rookten minder leukocyten dan wie bleef roken, ook al waren ze wat aangekomen.
Dat betekent ook dat twee dagen niet roken om een uitslag beter te laten lijken niets oplevert. De ochtend van de afname is het waard om te respecteren; twee dagen zijn geen strategie. Volgt een onderzoek je vooruitgang, vergelijk dan met je eigen vorige uitslag in plaats van met de gedrukte grenzen.