Afwijkend is een vergelijking, geen diagnose
Een afwijkende bloedwaarde ligt boven of onder de referentiewaarde die je lab erbij heeft gezet. Het is een vergelijking met gezonde mensen die met dezelfde methode zijn gemeten, geen diagnose. Staat er op je uitslag ‘afwijkend’, of is de waarde rood gekleurd, dan beschrijft dat precies dezelfde vergelijking.
Een lab maakt zijn referentiewaarde door minstens 120 gezonde mensen te meten en het gebied aan te houden waarin de meesten vallen. De Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie zegt het rechtstreeks: 5 procent van de gezonde mensen heeft een uitslag buiten de referentiewaarden zonder dat er sprake is van ziekte. Een overzichtsartikel uit 2025 trekt de conclusie: het aantal uitslagen buiten de grens is veel groter dan het aantal dat medisch iets betekent.
De markering op je uitslag doet dus waarvoor ze gemaakt is. Ze zegt dat de waarde buiten het gebied ligt dat het lab bij zijn referentiegroep zag. Ze zegt niet dat je ziek bent, en volgens hetzelfde artikel maken kleine afwijkingen met het etiket ‘hoog’ of ‘laag’ patiënten onnodig ongerust. Maak je je nu zorgen, dan is dat dat mechanisme dat op jou werkt, geen bewijs over je gezondheid.
Waarom gezonde mensen een markering krijgen
De rekensom raakt bijna iedereen met een lange uitslag. Per bepaling valt ongeveer één op de twintig gezonde mensen buiten de grens, en die kansen tellen op: bij twintig bepalingen heeft volgens het artikel ongeveer twee op de drie gezonde mensen minstens één uitslag buiten de referentiewaarde.
Daarom heeft de vraag ‘zijn afwijkende bloedwaarden normaal?’ een verrassend antwoord. Eén markering op een lange uitslag komt bij gezonde mensen vaak voor. Wat de markering niet kan zeggen, is of de jouwe bij die gewone gevallen hoort. Daar zijn de volgende vier vragen voor.
De vier vragen die het uitzoeken
Lees elke gemarkeerde regel door dezelfde vier vragen, met je eigen getallen voor je.
De laatste vraag heeft een technisch antwoord. Labs kunnen berekenen hoe groot een verandering tussen twee van jouw uitslagen moet zijn voordat ze de gewone schommeling van die bepaling van dag tot dag overstijgt; een overzichtsartikel uit 2020 beschrijft die aanpak voor het lezen van opeenvolgende uitslagen. Heb je eerdere uitslagen, dan is het de moeite waard om te vragen of het verschil dat je ziet groter is dan dat.
- Hoe ver erbuiten?Een ferritine van 18 bij een ondergrens van 20 en een ferritine van 4 kunnen dezelfde markering krijgen. De afstand bevat het grootste deel van de informatie.
- In welke richting?Hoog en laag kunnen bij dezelfde bepaling op heel andere verklaringen wijzen. De richting telt dus net zo zwaar als de markering zelf.
- Naast welke regels?Regels lees je in groepen: hemoglobine met MCV en ferritine, ALAT met ASAT en gamma-GT, kreatinine met eGFR. Drie regels die dezelfde kant op wijzen, zijn iets anders dan één regel alleen.
- Vergeleken met wanneer?Je vorige uitslag is de beste vergelijking die je hebt. Een waarde die al jaren stabiel net buiten de grens ligt, is iets anders dan dezelfde waarde die voor het eerst opduikt.
Wat een afwijkende uitslag kan veroorzaken
Veel oorzaken hebben niets met ziekte te maken. Eerst de voorbereiding: een glucose na het ontbijt, terwijl je nuchter had moeten zijn, valt te hoog uit. Europese aanbevelingen voor bloedafname rekenen de voorbereiding van de patiënt, nuchter zijn inbegrepen, tot een betrouwbare uitslag, terwijl een aparte consensus vond dat een gewoon cholesterolonderzoek meestal helemaal niet nuchter hoeft.
Dan het tijdstip. TSH volgt een dagritme en ligt ’s middags en ’s avonds duidelijk lager dan vroeg in de ochtend, zo veel dat een groep laboratoriumspecialisten grenzen per tijdstip voorstelt om vals alarm te voorkomen. Daarna gewoonten en omstandigheden. Gezonde rokers hebben meer witte bloedcellen en een hoger hemoglobine dan niet-rokers, en de Europese werkgroep voor de fase vóór de meting bespreekt hoe nuchter zijn en lichamelijke inspanning vóór het prikken uitslagen kunnen beïnvloeden. Ook medicijnen spelen mee: de klinisch chemici noemen bijvoorbeeld corticosteroïden en plaspillen als middelen die de glucose kunnen verhogen.
En het lab zelf: referentiewaarden verschillen per lab omdat ze afhangen van apparaat, reagentia en de groep mensen die het lab bedient, en maar een handvol bepalingen is tussen methoden gelijkgetrokken. Je waarde vergelijken met de grens van een ander lab, of met een tabel op internet, is een van de makkelijkste vergissingen.
Wat je doet met een afwijkende uitslag
Begin niet met een zoekmachine en de naam van de bepaling. Begin bij de reden waarom het onderzoek is aangevraagd: was dat vermoeidheid, dan komen de regels die daarover gaan eerst, en een losse markering die er niets mee te maken heeft, kan wachten tot je afspraak.
Schrijf de vier vragen met je eigen getallen op en neem ze mee, samen met alles wat de uitslag kan hebben verschoven: een maaltijd, het tijdstip van prikken, een recente ziekte, sport, roken, een nieuw medicijn of supplement. Bij veel licht afwijkende waarden is een verstandige vraag of de bepaling gewoon onder dezelfde omstandigheden herhaald moet worden. De klinisch chemici zeggen het zelf over ALAT: aan een lichte verhoging zonder klachten wordt niet direct betekenis gegeven, pas boven twee keer de bovengrens is verder onderzoek gewenst.
Laat geen breder pakket bepalen om het uit te zoeken. Een Cochrane-review van algemene gezondheidschecks vond weinig of geen effect op sterfte, en elke extra regel brengt een extra kans op een markering die je weer moet laten uitleggen.
Wanneer je je zorgen moet maken over een bloeduitslag
Sommige situaties vragen om een telefoontje in plaats van wachten tot de volgende afspraak: een waarde die ver buiten de grens ligt, meerdere samenhangende regels die dezelfde kant op gaan, een sterke verandering ten opzichte van je vorige uitslag, of een afwijkende uitslag samen met klachten waar je je zorgen over maakt.
Voor de gevaarlijkste uitslagen hoeft het systeem niet op jou te rekenen. Een Nederlands lab als RHMDC schrijft dat het sterk afwijkende uitslagen waarbij direct handelen nodig is, altijd zo snel mogelijk doorbelt naar je behandelaar. Heeft het lab of je huisarts zelf contact met je opgenomen over een uitslag, dan is dat een andere situatie, en die zoek je niet op: bel ze. Omgekeerd geldt ‘geen bericht is goed bericht’ niet overal. Een huisartsenpraktijk als die van Van den Top in Nuenen belt niet uit zichzelf en vraagt je zelf naar je uitslag te informeren, omdat een uitslag onderweg zoek kan raken.
Veel mensen zien hun uitslag voordat iemand hem heeft uitgelegd, via de online omgeving van de huisarts of van de prikpost. Diagnostiek voor U wijst erop dat het bekijken van je uitslagen vragen kan oproepen. In een Amerikaanse enquête onder 8.139 patiënten die hun uitslag online zagen, zei 16,5 procent van de mensen met een afwijkende uitslag dat het lezen vóór een gesprek met een arts hun zorgen vergrootte. Herken je dat, dan zijn de vier vragen hierboven de nuttigste manier om de wachttijd te gebruiken.