Leverenzymen zijn geen functietest

Bij bloedonderzoek naar de lever vraagt de huisarts meestal ALAT, ASAT, alkalische fosfatase (AF) en gamma-GT aan, soms aangevuld met bilirubine en albumine. Thuisarts noemt dit levertesten. De meeste van die regels meten niet hoe goed je lever werkt: het zijn enzymen die in je bloed lekken als cellen van de lever of de galwegen geprikkeld of beschadigd zijn.

De regels die wel iets zeggen over het werk van de lever staan ergens anders op je labuitslag: albumine, een eiwit dat de lever maakt, en de stollingstijd, die afhangt van stollingsfactoren uit de lever. Een uitslag met hoge enzymen en een normaal albumine betekent dus iets heel anders dan een uitslag met normale enzymen en een laag albumine.

Dat verklaart een veelvoorkomende verrassing. Je kunt een licht verhoogd ALAT hebben terwijl je lever prima werkt, en je labuitslag spreekt zichzelf dan niet tegen.

Welke waarden horen bij een leverfunctieonderzoek?

Elke regel heeft een eigen taak. Een beeld per regel helpt om ze uit elkaar te houden, ook als het lab ze in een volgorde zet die niets zegt over hoe je ze leest.

  1. ALAT en ASATEnzymen in de levercellen die in het bloed terechtkomen als die cellen geprikkeld raken. ASAT zit ook in spieren, ALAT vooral in de lever.
  2. Alkalische fosfatase en gamma-GTEnzymen van de galwegen. AF is een onderhoudsploeg die bot en lever delen; gamma-GT werkt als een vervuilingsmeter in een fabriek.
  3. BilirubineEen gele kleurstof die overblijft als oude rode bloedcellen worden afgebroken, een beetje zoals roest op oud metaal. De lever voert het af met de gal.
  4. Albumine en stollingEiwitten die de lever zelf maakt. Dit komt op het formulier het dichtst bij een echte meting van hoe goed de lever werkt.

ASAT of ALAT: welke telt het zwaarst?

Geen van beide op zichzelf. ASAT zit ook in spieren en in het hart, en daarom wijst ALAT duidelijker naar de lever. De Nederlandse vereniging van laboratoriumspecialisten (NVKC) noemt bij gezonde mensen een ALAT onder 45 U/l voor mannen en onder 35 U/l voor vrouwen, en geeft aan dat pas verder onderzoek naar de oorzaak nodig is als de waarde meer dan twee keer de bovengrens is, zolang er geen klachten zijn.

Belangrijker dan één getal is het patroon. Stijgen ALAT en ASAT meer dan AF, dan zit de prikkeling in de levercellen zelf. Stijgt AF terwijl ALAT en ASAT normaal blijven, dan kijkt de arts eerder naar de galwegen, zo legt het MDL Fonds uit. Ook de Amerikaanse richtlijn voor maag-darm-leverartsen deelt het hele vervolgonderzoek op volgens die tweedeling.

Nog een detail dat goed is om te weten: dezelfde Amerikaanse richtlijn legt een echt gezond ALAT lager dan veel labs, rond 29 tot 33 U/l voor mannen en 19 tot 25 U/l voor vrouwen. Een waarde die volgens de grenzen van je eigen lab normaal is, kan dus toch een vraag waard zijn als hij jaar na jaar oploopt.

Waarom gamma-GT het vaakst verkeerd wordt gelezen

Gamma-GT heeft de naam een test op alcohol te zijn. Dat is het niet. Een overzichtsartikel over alcoholmarkers zegt duidelijk dat leverenzymen niet specifiek zijn voor alcohol: er zijn altijd meerdere testen nodig om concurrerende oorzaken uit elkaar te halen.

Hetzelfde artikel laat zien dat ALAT en gamma-GT ook meebewegen met insulineresistentie en het metabool syndroom. Een studie die juist een drinkmarker zocht, vond dat gamma-GT door meerdere factoren tegelijk werd beïnvloed, terwijl een gespecialiseerde marker, CDT, het drinken los van leverschade volgde.

Het MDL Fonds vat het zo samen: een licht verhoogde gamma-GT heeft meestal te maken met alcohol en/of medicijnen, leververvetting of fors overgewicht. Een verhoogde gamma-GT zegt dus dat iets je lever aan het werk zet. Alcohol is één kandidaat; gewicht, medicijnen, galwegproblemen en een vetlever zijn andere.

Leververvetting komt veel vaker voor dan je denkt

Volgens het MDL Fonds heeft 1 op de 5 Nederlanders leververvetting. Bij ouderen ligt het nog hoger: in de Rotterdam Study, een groot Nederlands bevolkingsonderzoek, had 35,3 % van 2.578 deelnemers bij een echo vet in de lever. Dat werd met een echo vastgesteld, niet met bloedonderzoek.

Thuisarts beschrijft hoe een vetlever vaak toevallig wordt ontdekt: de huisarts prikt bloed om een andere reden en de levertesten blijken niet goed. Een licht verhoogde leverwaarde wordt daarom gelezen naast gewicht, bloedsuiker en bloedvetten. Dat is ook de reden dat een leverwaarde samen met de glucose en de cholesterol- en vetwaarden wordt bekeken, en niet los.

Wat kan leverwaarden vertekenen?

Gamma-GT wordt naast AF gelezen: stijgen ze samen, dan gaat de aandacht naar de galwegen. Bilirubine wordt gelezen met de rest van de uitslag en met het bloedbeeld, omdat het ook stijgt als rode bloedcellen sneller dan normaal worden afgebroken. Dat heeft niets met leverschade te maken.

En elke regel wordt gelezen tegen wat je aan het doen was. Zwaar sporten tilt ASAT uit je spieren omhoog, een recente virusinfectie (zoals de ziekte van Pfeiffer) kan de lever een tijd prikkelen, en veel medicijnen, ook zonder recept, verschuiven deze getallen. Thuisarts vraagt om ook kruiden en vitamines te noemen die je zelf in de winkel hebt gekocht.

Wat doe je met een licht verhoogde leverwaarde?

Lichte afwijkingen komen vaak voor en verdwijnen vaak vanzelf. Elke referentiewaarde laat bovendien ongeveer 1 op de 20 gezonde mensen buiten de grenzen vallen. De gebruikelijke volgende stap is volgens Thuisarts geen scan, maar een paar weken afwachten en dan opnieuw bloed prikken, als er geen duidelijke oorzaak is, je niet echt ziek bent en de waarden maar een beetje te hoog zijn. Stop je met alcohol, dan controleert de huisarts vaak na een maand.

Blijft de verhoging bestaan, dan zoekt de huisarts eerst naar de veelvoorkomende oorzaken: een vetlever, alcohol, medicijnen en een ontsteking door een virus zoals hepatitis B of C. Soms volgt een echo van de buik of een verwijzing naar een maag-darm-leverarts. Welke volgorde je huisarts kiest, hangt af van het patroon.